Les 1 — Inzicht in je geld
Les 1 van 8

Inzicht in wat er binnenkomt en uitgaat

In deze les leer je het verschil tussen inkomsten en uitgaven. Je ontdekt waar jouw geld naartoe gaat — en wat er overblijft.

Wat leer je?

Iedereen heeft geld dat binnenkomt en geld dat uitgaat. Dat klinkt simpel — maar veel mensen weten niet precies hoeveel dat is. En dat is niet erg. Dat gaan we nu samen uitzoeken.

Inkomsten is het geld dat jij binnenkrijgt. Denk aan je salaris, uitkering, toeslagen of alimentatie.

Uitgaven is het geld dat jij betaalt. Denk aan huur, boodschappen, energie en verzekeringen.

Als je inkomsten hoger zijn dan je uitgaven, houd je geld over. Als je uitgaven hoger zijn, geef je meer uit dan je binnenkrijgt. Dan is het goed om te kijken waar je op kunt besparen.

Voorbeeld:
Fatima krijgt elke maand € 1.400 salaris en € 180 huurtoeslag. Dat is samen € 1.580.
Ze betaalt € 750 huur, € 300 boodschappen en € 130 energie. Dat is samen € 1.180.
Fatima houdt € 400 per maand over. Dat is haar beschikbare geld.

Tip: Weet je niet precies wat je uitgeeft? Bewaar een week lang je bonnetjes. Of kijk in je bankapp — daar zie je alles wat er van je rekening afgaat.

Oefening — doe de test!
1. Ahmed krijgt € 1.200 salaris en € 150 zorgtoeslag. Wat zijn zijn inkomsten?
€ 1.200
€ 1.350
€ 150
2. Wat is een uitgave?
Het geld dat je binnenkrijgt van de belastingdienst
Je maandelijks salaris
Het geld dat je betaalt voor huur, boodschappen en energie
3. Maria heeft € 1.600 inkomsten en € 1.900 uitgaven. Wat klopt?
Maria houdt € 300 over
Maria geeft € 300 meer uit dan ze binnenkrijgt
Maria's inkomsten en uitgaven zijn gelijk